Vlinderstraat 11 , 3670 Oudsbergen (Limburg)
Brusselsesteenweg 544, 2800 Mechelen (Groepspraktijk Het Appèl)
Pimberg 118, 3360 Bierbeek (Vlaams-Brabant)
Start je transformatie bij ons in Oudsbergen.

Verhaal Tom en Anja

Verhaal Tom en Anja

Door dr. Parisa Einy
Eerder gepubliceerd in Libelle

Vandaag heb ik een eerste intakegesprek met Tom. Zo’n eerste gesprek blijft altijd spannend, je weet nooit wie je kunt verwachten. Wanneer ik de deur open, zie ik een tengere vrouw met een fijne gestalte binnenkomen. Ze neemt plaats tegenover me. Even werp ik een blik op mijn agenda. Op dit tijdstip had ik Tom verwacht.

“Het is vreemd”, zeg ik, “je naam staat niet in mijn agenda, ik verwacht nu iemand anders. Hoe heb je die afspraak gemaakt?”

Ze zegt: “Ik ben Anja. Mijn man heeft de afspraak voor mij gemaakt.”

Haar man blijkt Tom te zijn. Ik vind het een beetje ongewoon. Vaak maken vrouwen afspraken voor hun man, maar dit is de eerste keer dat een man een afspraak maakt voor zijn vrouw.

Terwijl ze tegenover me zit, probeer ik haar gezicht te lezen, te raden wat ze zou kunnen willen. Wat me meteen opvalt, is de vermoeidheid die op haar gezicht ligt.

“Vertel eens, Anja, wat kan ik voor je doen?”

Ze komt advies vragen, zegt ze. Er valt een korte stilte voor ze vervolgt:

“Wat denk jij dat ik nodig heb?”

Ik glimlach en kaats de bal terug, zeg haar dat het hier niet over mij gaat, maar over haar.

“Ik bedoelde: als je naar me kijkt, wat valt je dan op?”, vraagt ze me.

Ik laat mijn blik opnieuw over haar gezicht glijden. Het meest opvallende wat ik zie, is niet een rimpel of een contour, maar vermoeidheid en verdriet. Ik zie ze niet alleen in haar gezicht, maar hoor ze ook in haar stem.

“Ik weet niet of ik het juist zie, maar ik denk dat ik wat verdriet in je gezicht herken, Anja.”

Ze lacht bitter en antwoordt: “Dat klopt. Ik wil dit verdrietige gezicht niet meer.”

Ik vraag haar hoe oud ze is. Ze is 28, ongeveer even oud als ik haar had geschat. Ik zeg haar dat ze nog zo jong is, en dat ik wel sporen zie van iets wat ze heeft meegemaakt, maar niet van veroudering. Ik vraag hoe het met haar gaat.

Ze lacht, een bittere glimlach.

“Ik ben moe. Moeder van vier jonge kinderen. Ze zijn niet altijd even makkelijk. Ik slaap slecht en dat maakt me uitgeput.”

Terwijl ze het uitspreekt, zie ik haar emoties opkomen. Hoe langer we praten, hoe duidelijker het wordt dat ze niet alleen moe is, maar een diep verdriet met zich meedraagt. Ik laat een stilte vallen, geef haar de ruimte om zich te herpakken. Dan gaat ze verder:

“En mijn man… hij heeft hier ook moeite mee. Hij vindt het niet fijn om elke dag tegen mijn trieste gezicht aan te kijken. Daarom heeft hij een afspraak voor mij gemaakt.”

Als vrouwen hun man onder druk zetten om een esthetische behandeling te ondergaan, heb ik daar meestal weinig moeite mee. Soms vind ik het zelfs grappig om bange mannen te zien die met tegenzin tegenover me zitten, terwijl hun enthousiaste vrouw probeert hen — en mij — ervan te overtuigen dat een behandeling wel op z’n plaats is.

Maar bij Anja raakt het me diep. In mijn hoofd stel ik me een kille, ongevoelige man voor, iemand die zijn vrouw niet steunt in moeilijke tijden, maar haar in plaats daarvan probeert te overtuigen om een glimlach op haar gezicht te laten tekenen, zodat haar verdriet niet zichtbaar is.

Ik leun wat naar voren en zeg:

“Dit wordt een beetje lastig, Anja. Verdriet is een emotie die voortkomt uit wat je hebt meegemaakt. Ik kan geen valse vreugde op je gezicht toveren. En ik heb het gevoel dat je zelf ook niet precies weet wat je nodig hebt. Ik stel voor dat we deze afspraak afronden en dat je de volgende keer samen met je man komt. Dan kan ik zien wat zijn verwachtingen zijn.”

Anja wijst naar een fijne rimpel aan de linkerkant van haar mond.

“Kun je die tenminste weghalen? Die stoort mij enorm.”

Ik zucht zachtjes.

“Ja, dat kan ik makkelijk oplossen. Maar laten we eerst dat volgende gesprek afwachten.”

Ik blader door mijn agenda en zie dat ik haar volgende week een afspraak kan geven. Anja vraagt meteen drie afspraken na elkaar.

“Mijn man en mijn schoonmoeder willen ook een behandeling laten doen.”

Twee dagen voor de afspraak krijg ik een telefoontje van Tom.

“Een van de afspraken mag je annuleren. Mijn moeder is ziek en opgenomen in het ziekenhuis. Ik kom alleen met Anja.”

Aan de telefoon valt me op hoe zacht en rustig Toms stem is.


Dit hoofd wil ik niet meer

De dag van de afspraak ben ik benieuwd naar wie ik zal ontmoeten. In mijn hoofd heb ik al een beeld gevormd: dominant, licht arrogant, met narcistische trekken. Maar als ik de deur opendoe, zie ik Anja samen met een man die net als zij mager en vermoeid oogt. Hij is lijkbleek, alsof hij elk moment kan instorten. Ze nemen plaats.

Ik had het plan om Tom erop te wijzen dat zijn vrouw steun nodig heeft, maar nu zie ik iemand die daar zelf wanhopig behoefte aan lijkt te hebben.

“Hoe gaat het met je moeder, Tom?”, vraag ik voorzichtig.

Hij maakt een achteloos gebaar met zijn hand.

“Ze is opgenomen, maar als je haar over een week of twee een afspraak geeft, kan ze wel komen.”

Zijn reactie brengt me uit balans. Het klinkt bijna alsof hij denkt dat ik naar zijn moeder informeer om te weten wanneer ze weer in staat is een behandeling te ondergaan.

Ik richt me tot hem.

“Oké, Tom, ik luister.”

Hij lacht spottend.

“Wat kun je voor mij doen? Dit hoofd wil ik niet meer zo. Ik wil een nieuw hoofd op mijn lijf.”

Ik dwing mezelf om te glimlachen om zijn grap, maar mijn lippen blijven strak. Vooral als ik naar Anja kijk, die met dezelfde droevige blik als de vorige keer geforceerd probeert te lachen. Ik laat mijn blik over zijn gezicht gaan. Hij heeft blauwe ogen, maar het blauw is dof. Onder zijn ogen tekenen zich diepe, zwarte kringen af. Zijn jukbeenderen steken uit, zijn huid is slap en flets, alsof hij in korte tijd enorm is afgevallen.

Ik vraag hem of dat het geval is.

“Ja, bijna dertig kilo. Ik heb jarenlang gevochten tegen kanker”, zegt hij. “En ik heb de strijd verloren.”

Een ongemakkelijke stilte vult de ruimte. Ik weet niet hoe ik moet reageren. Mijn blik glijdt naar Anja, die haar lippen op elkaar perst in een poging om niet te huilen.

En dan valt alles op zijn plek. Nu begrijp ik waarom Anja zo verdrietig is. Nu begrijp ik waarom Tom er zo oud en uitgeput uitziet.

“Het spijt me om dit te horen”, zeg ik oprecht.

Tom haalt zijn schouders op.

“Het is wat het is. Kanker heeft me overgenomen. Het heeft mijn lichaam overgenomen en mijn gezicht getekend. Zelfs in het gezicht van mijn moeder en Anja zie je de sporen ervan.”

Hij wijst naar de fijne rimpel aan de mondhoek van Anja.

“Zie je dit? Dat is niet van haar. Dat is van de kanker. Ik wil niet dat mijn moeder, Anja, mijn kinderen en mijn familie straks afscheid nemen van kanker. Ik wil dat ze in mijn kist kijken en mij zien. Niet de kanker.”

“Ik zie een man en een vrouw die samen gestreden hebben tegen ziekte, maar ik zie ook kracht. Ik weet niet wat de juiste beslissing is.”

Een rilling trekt door mijn lichaam. Ik ben diep geraakt. Maar ook sprakeloos. Wat moet ik nu zeggen? Dit had ik niet zien aankomen. Tom komt niet alleen voor een esthetische behandeling, maar ook en misschien vooral, om grip te krijgen op hoe hij herinnerd zal worden. Zijn vraag gaat verder dan uiterlijk; het gaat over identiteit, waardigheid en afscheid nemen.

“Tom, ik begrijp dat je niet wilt dat kanker bepaalt hoe je herinnerd wordt. Maar als ik naar je kijk, zie ik niet alleen de sporen van ziekte. Wat ik zie, is een man die gevochten heeft, niet alleen tegen kanker, maar voor zijn gezin, voor zijn vrouw, voor het leven dat jullie samen hebben opgebouwd. De tekenen in je gezicht vertellen niet alleen een verhaal van ziekte, maar van kracht. Van liefde. Van een man die samen met zijn vrouw gevochten heeft, schouder aan schouder. Ik zie hoe Anja naar je kijkt, met zoveel liefde en zorg. Ik zie hoeveel jij voor haar betekent. Ik wil samen met jou kijken naar een manier waarop je kracht en persoonlijkheid naar voren komen, los van de ziekte.”

Tom kijkt zijn vrouw recht in de ogen. Zijn blik glijdt langzaam naar beneden en blijft hangen bij die kleine rimpel. Zachtjes raakt hij die aan met zijn vingers, zonder een woord te zeggen. Het is een emotioneel moment. Ik probeer professioneel en sterk te blijven, maar vanbinnen voel ik mezelf breken.

Ik kijk Tom opnieuw aan.

“Deze rimpel kan ik gemakkelijk verwijderen. Maar laten we eerst zoeken naar een manier waarop jij je zelf beter herkent. Ga naar huis en denk eens na over wat je écht kan helpen om je beter te voelen. En hoe ik je daarbij kan ondersteunen. Ik geef jullie een afspraak voor volgende week. Je mag je moeder ook meenemen als ze uit het ziekenhuis is. Laat me dan weten wat ik voor jullie kan betekenen.”

Mooi sterven

Ik heb de afspraak opnieuw uitgesteld. Ik moet mezelf bekomen. Ik word overspoeld door emoties en weet even niet wat de beste en meest ethische beslissing is. Is het juist om Tom te behandelen? Is hij nog wilsbekwaam, of beïnvloedt zijn ziekte zijn beslissingvermogen?

Hij leek teleurgesteld. Misschien had hij gehoopt dat hij met een ander gezicht naar buiten zou gaan. Toch stemde hij in met het uitstel. Pas toen hij opstond, zag ik hoe zwaar hij de strijd had verloren. Hij leek elk moment in elkaar te kunnen zakken. Anja hielp hem overeind en ondersteunde hem bij het naar buiten gaan.

De hele week blijft zijn verhaal in mijn hoofd rondspoken. Tom wil er anders uitzien. Hij wil mooi sterven. Hij wil dat de mensen die afscheid van hem komen nemen, een sterke man zien, niet een man getekend door ziekte. Hij wil de sporen van kanker uitwissen. Zijn vier jonge kinderen moeten een mooie herinnering aan hun vader overhouden.

Waarom wilde ik hem niet meteen helpen? Iets in mij riep dat het niet ethisch was. Mijn geweten verzette zich. Maar mijn logica vindt geen goed antwoord op die weerstand. Misschien zou het volgende gesprek meer duidelijkheid brengen. Misschien zou Tom zelf tot andere inzichten komen.

Drie dagen voor onze afspraak krijg ik een telefoontje van Anja. Haar stem trilt.

“Het gaat niet goed met Tom. We willen de drie afspraken annuleren. Hij heeft veel pijn, krijgt medicatie.”

Ik wens haar veel sterkte en neem afscheid van haar. Het beeld van de rimpel in haar mondhoek komt weer bij me op. Had ik die moeten behandelen, die dag?

Een verhaal dat blijft kleven

Soms blijft een verhaal aan je kleven, zoals een geur die je niet kunt uitwassen, een liedje dat in je hoofd blijft spelen. Het verhaal van Tom en Anja is zo’n verhaal. Het heeft me diep geraakt. Niet alleen omdat hij te jong was om te sterven, niet alleen omdat hij vocht tegen een vijand die al gewonnen had, maar omdat hij in dat gevecht iets ongrijpbaars zocht — een laatste stukje waardigheid, een laatste herinnering die hij zelf kon vormgeven. Ik weet niet of ik de juiste keuze heb gemaakt. Misschien had ik hem moeten helpen, misschien ook niet.

Wat ik wel weet, is dat hij niet alleen vocht tegen de kanker, maar ook voor de liefde van zijn gezin. Ik zag het in de blik van Anja, in de manier waarop ze hem ondersteunde, in de stilte tussen hen waarin alles gezegd werd. Schoonheid is meer dan een gladde huid, meer dan een gezicht zonder sporen van het leven. Schoonheid zit in liefde, in strijd, in de manier waarop iemand in de ogen van een ander blijft bestaan. Tom wilde dat zijn kinderen hem zouden herinneren zoals hij was, vóór de ziekte hem tekende. In de liefde van Anja, in de zorg voor zijn moeder, in de pijn die zijn familie voelde, daar was hij nog steeds, en daar zal hij altijd blijven.

Terug
Beste gebruikers, deze site slaat cookies op uw computer op.
Ze zijn bedoeld om uw webervaring te verbeteren en u tegelijkertijd meer gepersonaliseerde diensten te bieden. Cookies worden ook gebruikt voor het personaliseren van advertenties. Als u meer informatie wilt over de cookies die we gebruiken, raadpleeg dan onze Privacybeleid. Door cookies te accepteren, stemt u in met het gebruik ervan. U kunt deze ook aanpassen. Als u weigert, wordt uw informatie niet gevolgd wanneer u deze site bezoekt. Er wordt slechts één cookie in uw browser gebruikt om uw voorkeur te onthouden om niet te worden gevolgd.
Cookie-instellingen